Eeuwenlang werd de voorstelling van de traditionele auteurs probleemloos aanvaard. Er waren slechts hier en daar wat kritische geluiden te horen. Zo leek het sommigen onwaarschijnlijk dat Mozes zijn eigen dood zou hebben beschreven (Deuteronomium 34), hetgeen leidde tot de alternatieve voorstelling dat het slot van Deuteronomium door Jozua geschreven zou zijn. Ook bestond er al vroeg enige twijfel over de tweede brief van Petrus. Maar over het geheel gezien meende men binnen de christelijke en joodse traditie dat de auteurs van de heilige boeken bekend waren. In de moderne periode is deze voorstelling van zaken ter discussie komen te staan. Daarbij speelden interne overwegingen» en externe overwegingen» mee.
Beide typen overwegingen hebben als achtergrond dat men de boeken van de Bijbel moet benaderen en uitleggen volgens dezelfde spelregels die gelden voor het uitleggen van alle andere literatuur uit de oudheid. Hoe bijzonder de Bijbel ook mag zijn, de bijbelse teksten dienen op dezelfde wijze te worden uitgelegd als andere teksten. Dit is al zo’n tweehonderd jaar het uitgangspunt van veel bijbelonderzoekers. In deze rubriek volgen we in grote lijnen wat twee eeuwen bijbelonderzoek heeft opgeleverd ten aanzien van de vraag naar het ontstaan van de Bijbel.