Late boeken, oude stof

Om het ontstaan van de boeken van het Oude Testament uit te leggen, is het zinvol om een onderscheid te maken tussen enerzijds de boeken, de geschriften en anderzijds de stof, het materiaal dat daarin is verwerkt. De boeken van het Oude Testament zijn in de vorm waarin wij ze kennen zeer waarschijnlijk geschreven in de tijd na de Babylonische ballingschap. Anders gezegd: de geschriften van het Oude Testament kregen hun definitieve vorm in de Perzische en deels in de Hellenistische periode (grofweg tussen 500 en 200 v.Chr.). Een groot aantal boeken van het Oude Testament bevat echter materiaal uit oudere perioden: uit de tijd van de ballingschap en van ver daarvoor. Dit oudere materiaal bestaat soms uit schriftelijke bronnen die zijn verwerkt in de latere boeken van het Oude Testament; maar heel vaak bestaat dit materiaal uit ‘oude tradities’ – verhalen, voorstellingen en motieven die afkomstig zijn uit vroege perioden. Zie ook: De voorlopers van de boeken van het Oude Testament».