Om het ontstaan van de boeken van het Oude Testament uit te leggen, is het zinvol om een onderscheid te maken tussen enerzijds de boeken, de geschriften en anderzijds de stof, het materiaal dat daarin is verwerkt. De boeken van het Oude Testament zijn in de vorm waarin wij ze kennen zeer waarschijnlijk geschreven in de tijd na de Babylonische ballingschap. Anders gezegd: de geschriften van het Oude Testament kregen hun definitieve vorm in de Perzische en deels in de Hellenistische periode (grofweg tussen 500 en 200 v.Chr.). Een groot aantal boeken van het Oude Testament bevat echter materiaal uit oudere perioden: uit de tijd van de ballingschap en van ver daarvoor. Dit oudere materiaal bestaat soms uit schriftelijke bronnen die zijn verwerkt in de latere boeken van het Oude Testament; maar heel vaak bestaat dit materiaal uit ‘oude tradities’ – verhalen, voorstellingen en motieven die afkomstig zijn uit vroege perioden. Zie ook: De voorlopers van de boeken van het Oude Testament».
|
Late boeken, oude stof
|
De voorlopers van de boeken van het Oude TestamentIn het Oude Testament vinden we allerlei verwijzingen naar ‘boeken’ uit het oude Israël en Juda – uit de periode vóór de Babylonische ballingschap. Deze ‘boeken’ zijn niet bewaard gebleven, maar de stof – het materiaal – van deze boeken is verwerkt in de boeken van het Oude Testament. Zo wordt in het Oude Testament tweemaal geciteerd uit het ‘Boek van de Oprechte’, in Jozua 10:12-13 en 2 Samuel 1:18-27. Dit boek is niet bewaard gebleven – blijkbaar bestond het boek uit beroemde uitspraken of liederen in van bekende personen uit Israëls geschiedenis. Andere oude geschriften die genoemd worden in het Oude Testament zijn ‘het boek van de oorlogen van de HEER’ (Numeri 21:14-15), ‘de annalen van Salomo’ (1 Koningen 11:41), ‘de kronieken van de koningen van Israël’ (onder meer in 2 Koningen 15:31), en ‘de kronieken van de koningen van Juda’ (onder meer in 2 Koningen 16:19). Let op: bij deze laatste boeken gaat het niet over de bijbelboeken 1 en 2 Kronieken, maar over oude geschriften, die niet bewaard zijn gebleven. Die oude boeken waaruit wordt geciteerd waren anders dan de latere Bijbelboeken. Zeker boeken als 1 en 2 Samuel en 1 en 2 Koningen zijn verzamelboeken. Ze handelen over de koningen van Juda, de koningen van Israël, over profeten en over de tempel. De oude boeken waren zeer waarschijnlijk een stuk eenvoudiger van karakter. Zo bevatte het boek ‘de kronieken van de koningen van Israël’ waarschijnlijk een opsomming van de koningen van Israël, de naam van hun vader, het aantal jaren dat ze regeerden, en één of enkele belangrijke voorvallen tijdens de regeringstijd. Men kan deze geschriften goed vergelijken met bepaalde oude inscripties die lijsten van koningen en hun bijzondere daden bevatten. |