De koningentijd

De koningentijd bestrijkt de periode van de tiende tot de zesde eeuw v.Chr. De bijbelse voorstelling van het bestaan van twee koninkrijken – het noordelijke rijk Israël en het zuidelijke rijk Juda – wordt bevestigd in Assyrische documenten. In de oudheid waren schrijvers vaak in dienst van de koning. Zo ook in Juda en Israël. We kunnen er daarom van uitgaan dat er in de koningentijd literaire activiteit plaatsvond in Israël en Juda. Schrijvers aan het hof legden verzamelingen aan, bijvoorbeeld van wijsheidsspreuken en van wetten. Zij hielden lijsten bij van de regeringsperiode van de koningen en hun dappere daden. Zij zorgden voor teksten waarin de roem en de vroomheid van hun koning tot uitdrukking kwam. Deze teksten legden een basis voor de latere boeken van het Oude Testament.