De Schriften

De heilige Schrift van de vroege christenen was het Oude Testament. De vorm waarin zij hun Bijbel lazen was meestal de Griekse versie, de Septuaginta. De eerste christenen lazen die tekst als een bron voor hun getuigenis over Jezus’ leven, dood en opstanding. Dat doet Paulus ook als hij schrijft in 1 Korintiërs 15:3-4: ‘dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag» is opgewekt, zoals in de Schriften staat’. De Schriften – dat is het (Griekse) Oude Testament, maar gelezen op een bijzondere manier. De vroege christenen lazen het Oude Testament als een bron van (profetische) informatie over Jezus. Zij geloofden dat Jezus’ leven, dood en opstanding – tot in detail – besloten lag in de Schriften. Langs die weg ontstonden de vroegchristelijke tradities over Jezus’ leven en dood: door lezing en interpretatie van het Oude Testament.