De evangeliën

Terwijl voor Paulus ‘het evangelie van Jezus’ bestond uit de bijzondere betekenis van zijn dood en opstanding, ontstonden enige tijd na zijn optreden verschillende verhalen waarin het leven van Jezus beschreven werd. Het oudste evangelie is dat volgens Marcus, dat waarschijnlijk kort na 70 n.Chr. geschreven werd. De overige evangeliën worden doorgaans circa 20 jaar na dat van Marcus gedateerd.

Ook de evangeliën werden aanvankelijk voor een bepaalde gemeenschap geschreven. Aan het begin van de tweede eeuw begon men evangelieteksten onderling uit te wisselen. Daarmee ontstond een probleem. De evangeliën verschilden van elkaar op tal van punten. Maar elk van de evangeliën was inmiddels ingeburgerd in bepaalde plaatsen. Daarom kon men er moeilijk één uitkiezen die als enige het stempel ‘authentiek en betrouwbaar’ mee zou krijgen. Om die reden zijn alle vier de evangeliën als canonieke geschriften naast elkaar blijven staan.