De ontwikkeling van het alfabet

Eeuwen later dan het spijkerschrift – waarschijnlijk rond 1000 voor Christus – kwam er een nieuwe schriftvorm in gebruik: het alfabet. Deze nieuwe schriftvorm was waarschijnlijk ontwikkeld door de Feniciërs. Dit schrift bestond uit 22 tekens, die ieder voor één bepaalde medeklinker stonden. Klinkers werden niet weergegeven. Men noemt dit type schrift nu alfabet – naar de eerste twee letters van het Griekse alfabet: alfa en bèta. Vergeleken met het spijkerschrift was het (Fenicische) alfabet een enorme vereenvoudiging. Het alfabet-schrift werd door veel volken overgenomen. Het Hebreeuws werd een alfabetisch schrift, ook het Aramees, en het Grieks. De hele Bijbel is dus geschreven in alfabetisch schrift: Hebreeuws, Aramees en Grieks.