Profetenboeken

Met de term ‘profetenboeken’ worden de volgende boeken aangeduid. Allereerst Jesaja, Jeremia en Ezechiël. Deze boeken staan bekend als de drie grote profeten, omdat deze boeken veel omvangrijker zijn dan de overige profetenboeken. Naast de drie grote profeten zijn er de twaalf kleine profeten. Dit zijn Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia en Maleachi. Omdat deze zogenaamde kleine profeten vaak op één boekrol stonden, worden ze soms beschouwd als één boek: het Twaalfprofetenboek. Van oudsher bestaat de opvatting dat de profetenboeken geschreven zijn door de profeet naar wie ze zijn genoemd. Het boek Jesaja zou zijn geschreven door de profeet Jesaja, het boek Jeremia door de profeet Jeremia, enzovoorts. Deze opvatting is in de moderne tijd steeds meer ter discussie gesteld. Zie daarvoor: De traditionele auteurs en Geen zekerheid.

Het boek Daniël» neemt in de rij van profetenboeken een aparte positie in.