Vanaf de tijd van Ezra en Nehemia (rond 450 v.Chr.) werden de boeken van de Pentateuch aan Mozes toegeschreven. Eeuwenlang werd Mozes gezien als de auteur van deze vijf boeken. In de moderne tijd ontstond er twijfel over deze voorstelling van zaken, op grond van aanwijzingen» in de tekst van de Pentateuch. Tegenwoordig neemt men meestal aan dat deze boeken in hun huidige vorm het resultaat zijn van een langdurig proces van overleveren en redigeren. Het redactieproces is al in de tijd van de koningen van Israël en Juda begonnen (ongeveer 1000-586 v.Chr.) en werd pas afgesloten na de Babylonische ballingschap, in de Joodse gemeenschap in de tijd van de tweede tempel (na 515 v.Chr.). Zie verder: de rubriek Het ontstaan van de Bijbel.
|
Ontstaan van de Pentateuch
|
AanwijzingenIn Deuteronomium 1:1 wordt de plaats waar Mozes zijn toespraak hield benoemd als ‘aan de overkant van de Jordaan’. Volgens velen wijst deze plaatsaanduiding op het perspectief van een auteur die zich in Israël bevindt. Want vanuit het perspectief van Mozes was het natuurlijk niet ‘de overkant’ van de Jordaan. Bovendien, meenden velen, is het onwaarschijnlijk dat Mozes de auteur is van Deuteronomium 34:5-6. Daar staat: ‘Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEER, daar in Moab, zoals de HEER gezegd had. En de HEER begroef hem in een vallei in Moab, tegenover Bet-Peor. Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is’. Soms meende men wel dat deze verzen van Deuteronomium dan misschien door Jozua, de opvolger van Mozes, zijn geschreven. Maar de laatste zin – ‘Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is’ – lijkt eerder te wijzen op een auteur die in een veel latere periode schreef. Nog duidelijker blijkt dat uit Deuteronomium 34:10, waar staat: ‘Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de HEER zo vertrouwelijk omging’. |