De verhalen in het Oude Testament worden gekenmerkt door een alwetende verteller. De verteller weet wat er zich afspeelt op aarde en in de hemel, hij weet wat er omgaat in de hoofden van de personages, inclusief in dat van God. Hij vertelt nu eens sterk samenvattend dan weer uitvoeriger en levendiger. De verteller heeft overzicht en vertelt met een zekere distantie. Maar op sommige momenten treedt de verteller op de voorgrond en geeft zijn commentaar op de gebeurtenissen.
Bronvermelding
Jan P. Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel: een handleiding bij literair lezen (Zoetermeer 1999)