De verhalen spelen zich af in de verleden tijd: de verteller verhaalt over het (verre) verleden. We maken een onderscheid tussen vertellertekst (de verteller is aan het woord) en personagetekst (een personage in het verhaal is aan het woord). De vertellertekst bestaat grotendeels uit berichtgeving over gebeurtenissen in de verleden tijd. De verteller gaat dikwijls schuil achter de gebeurtenissen. Het lijkt alsof het verhaal zichzelf vertelt. Maar op cruciale momenten laat de verteller van zich horen, door het geven van commentaar, of door het leveren van een gezichtspunt of een oordeel (zie: De verteller in het verhaal»).
Bronvermelding
Jan P. Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel: een handleiding bij literair lezen (Zoetermeer 1999)