De Hebreeuwse poëzie is compact. In een Nederlandse vertaling zijn er veel meer woorden nodig. Dat komt met name door het volgende verschil. Voor lidwoorden, persoonlijke voornaamwoorden, hulpwerkwoorden, voorzetsels etc. heeft het Nederlands telkens losse woorden; in het Hebreeuws wordt in al die gevallen meestal alleen maar één letter aan een ander woord vastgeplakt. Een willekeurig voorbeeld laat zien dat het Nederlands meer woorden nodig heeft om hetzelfde uit te drukken. Psalm 72:9 is een Hebreeuwse dichtregel van 3 + 3 woorden. In het Nederlands wordt het echter:
‘Laten de woestijnbewoners voor hem buigen,
Zijn vijanden het stof van zijn voeten likken’.
Dat zijn meer dan twee keer zo veel woorden. Dit heeft tot gevolg dat een Hebreeuwse dichtregel in de Nederlandse vertaling vrijwel altijd als twee, en soms zelfs meer, dichtregels is afgedrukt. Zie voor een goed begrip van de Hebreeuwse poëzie: Colon, dichtregel, strofe en stanza en Parallellisme.
Bronvermelding
Jan P. Fokkelman, Dichtkunst in de Bijbel: een handleiding bij literair lezen (Zoetermeer 2000)