De auteurs van de boeken van het Nieuwe Testament waren geen geschoolde schrijvers. Zij hadden zo te zeggen geen hoger onderwijs gehad. Omdat zij met schrijftaal maar ten dele vertrouwd waren, drukte spreektaal een groot stempel op hun formuleringen. Bovendien, hun belangrijkste ijkpunt was niet de Griekse literatuur, maar ‘de Schrift’, de boeken van het Oude Testament. En die waren ofwel in het Hebreeuws ofwel in een sterk semitiserend (op het Hebreeuws geënt) Grieks. Tenslotte blijkt uit alles dat het de vroegchristelijke auteurs niet ging om een zuivere vorm van Grieks taalgebruik; zij hadden een boodschap die ze wilden verkondigen, in wat voor taal dan ook.
|
Verklaring voor de stijl van het Nieuwe Testament
|
|