De Openbaring van Johannes als apocalyptiek

Het boek Openbaring is geschreven voor de christenen in de Romeinse provincie Asia (in het huidige Turkije). Het boek keert zich tegen de macht van Rome. In het bijzonder keert het boek zich tegen de Romeinse keizercultus. De macht van Rome en de keizercultus worden voorgesteld als een beesten met een geweldige macht (zie Openbaring 13). De beesten hebben hun macht gekregen van de duivel (zie Openbaring 12). De beesten hebben het gemunt op de christenen. De achtergrond is hier de christenvervolging onder een Romeinse keizer, waarschijnlijk Domitianus of Trajanus (tussen 90 en 120 n.Chr.). De auteur van Openbaring wil met zijn geschrift de christenen bemoedigen: zij moeten niet meedoen aan de keizerverering en volhouden ondanks de vervolgingen. Ook al is het nu moeilijk en zwaar (en ook al zullen er nog erge rampen komen), er komt een ommekeer: dan breekt het rijk van God aan.