Het Oude Testament: twee perspectieven

Het Oude Testament bevat een groot aantal boeiende en diepzinnige verhalen en gedichten. Het verhaal van Jozef, het boek Job, de Psalmen of de liefdesliederen uit Hooglied spreken ook veel mensen buiten de joodse en christelijke tradities aan. In de verhalen en gedichten van het Oude Testament komen we mensen tegen die, net als wij, hun sterke en zwakke kanten hebben, vreugde en verdriet kennen, en momenten van hoop en angst, geloof en twijfel. Tegelijk laat het Oude Testament zien hoe God mensen inzet om zijn plannen uit te voeren.

In het Oude Testament hebben de joodse en christelijke tradities hun gemeenschappelijke wortels. Daarom zijn er twee perspectieven, twee manieren om te kijken naar het Oude Testament. In de eerste plaats is het Oude Testament – of beter: de Hebreeuwse Bijbel – de heilige Schrift van het volk Israël. De Hebreeuwse Bijbel en de joodse traditie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de tweede plaats was het Oude Testament ook de heilige Schrift van de vroegste christenen. Zij kwamen voort uit het jodendom, maar begonnen de Schrift op een nieuwe manier te lezen. In veel teksten van het Oude Testament zagen zij een verwijzing naar Jezus; met Jezus’ komst waren deze teksten voor hen in vervulling gegaan. Het Oude Testament was op die manier een boek dat vooruitwijst naar Jezus. En toen het Nieuwe Testament was ontstaan, functioneerden het Oude en het Nieuwe Testament in de christelijke kerk als elkaars spiegelbeeld: belofte en vervulling. Zie: Voorbeeld».