Tussen de herbouw van de muren onder Nehemia en de gebeurtenissen van het Nieuwe Testament ligt een afstand van meer dan vierhonderd jaar. In die tijd veranderde de wereld aanzienlijk. De Griekse vorst Alexander de Grote maakt een eind aan de Perzische heerschappij over Juda, wanneer hij in 332 v.Chr. Syrië en Palestina verovert. Met hem begint de hellenistische tijd. Dat is de periode waarin de Griekse taal en cultuur de boventoon voert. Het jodendom moet in deze tijd zijn positie bepalen tegenover het denken van de hellenistische wereld. Na Alexanders dood wordt zijn rijk verdeeld onder zijn opvolgers. Juda valt eerst onder de Ptolemeeën, die in Egypte zetelen, en vanaf 198 v.Chr. onder de Seleuciden in Syrië.
|
De Hellenistische tijd
|
|