Een nieuwe visie: eerste eeuw n.Chr.

De praktijk in de periode rond het begin van de jaartelling levert het volgende beeld op. Binnen het jodendom en het vroege christendom genieten allerlei oude geschriften de status van ‘heilige Schrift’. Soms worden deze oude boeken samenvattend aangeduid als ‘de Wet en de Profeten’, soms als ‘de Wet, de Profeten en de Psalmen’ en soms als ‘de Wet, de Profeten, en de overige geschriften’. Voor een groot deel komen deze ‘heilige boeken’ overeen met de latere canon van het Oude Testament, maar de lijst is niet precies afgebakend. Ook boeken die later niet als canoniek beschouwd werden, golden voor de auteurs van de Nieuwtestamentische geschriften als ‘heilige boeken’, zoals Sirach, Wijsheid, Judit en het Boek der Jubileeën. Eveneens zijn in Qumran behalve teksten van de latere canonieke boeken, ook veel teksten van andere geschriften gevonden, die ook autoriteit hadden.