De canon van het Nieuwe Testament

De boeken van het Nieuwe Testament zijn geschreven in de tweede helft van de eerste eeuw van de jaartelling, en enkele waarschijnlijk in het eerste deel van de tweede eeuw. Tegen het eind van de tweede eeuw n.Chr. genoten de boeken die later tot de canon van het Nieuwe Testament zouden gaan behoren een grote status. Er was nog geen precies afgebakende canon. Maar er was wel de situatie dat bepaalde boeken als normatief en gezaghebbend werden gezien. De vier evangeliën en de brieven van Paulus golden al snel als gezaghebbende teksten binnen het christendom (zie Canon Muratori»). Maar het zou tot de vierde eeuw n.Chr. duren voor de canon daadwerkelijk werd vastgesteld. Op verschillende kerkelijke concilies was de canon van de christelijke kerk onderwerp van discussie: het concilie van Nicea in 350 en die van Carthago in 397 en 419. Ook hier moet echter weer een voorbehoud worden gemaakt. De beslissingen op deze concilies bleken niet definitief en algemeen geaccepteerd. Zo bleef er variatie in de canon van het Nieuwe Testament» tot de zestiende eeuw.