Het werk van de hervormer Maarten Luther is van grote invloed geweest voor de ontwikkeling van bijbelvertalingen. Tot aan Luther waren alle vertalingen gebaseerd geweest op de Vulgata, de Latijnse Bijbel van het christendom in het Westen. Luther was na Hieronymus de eerste die een vertaling maakte op basis van de Hebreeuwse en Griekse bronteksten. In 1522 verscheen van zijn hand het Nieuwe Testament in het Duits. Het boek sloeg in als een bom. De eerste oplage van ongeveer 3000 was binnen twee maanden uitverkocht. Na het Nieuwe Testament heeft Luther ook het Oude Testament vertaald. Dit zou een werk zijn van langere adem. Vanaf 1523 werd het in gedeelten uitgegeven totdat het geheel klaar was in 1534. Zie ook: Erasmus» en Taalgebruik».
|
Luthers vertaling
|
ErasmusLuthers vertaling van de Bijbel werd in zekere zin voorbereid door de Humanisten. Zij grepen terug op de bronnen – ook op de bijbelse bronnen: het Hebreeuwse Oude Testament en het Griekse Nieuwe Testament. Dit betekende dat geleerden opnieuw allerlei teksten in hun oorspronkelijke vorm gingen uitgeven. Zo gaf Erasmus in 1516 het Nieuwe Testament in het Grieks uit; daardoor raakte dit bijbelgedeelte in zijn oorspronkelijke taal weer bekend. Tevens bracht hij een Latijnse vertaling ervan uit. Dit veroorzaakte een schok: hier werd voor het eerst het gezag van de Vulgata aangetast. Zijn vertaling werd de meest verbreide Latijnse bijbelvertaling na de Vulgata. TaalgebruikLuthers vertaling is beroemd geworden door zijn taalgebruik. Hij wilde de Bijbel tot het volk brengen, toegankelijk maken voor de man op de markt en thuis. Je moest niet aan de letters van een vreemde taal vragen hoe je moest vertalen, maar aan de man op de straat. En dat deed hij ook. Hij ging naar de slager om te vragen hoe men een bepaald gedeelte van een varken noemde. Als voorbeeld van zijn methode schreef hij eens dat de Duitsers niet zeggen: ‘uit de overvloed des harten spreekt de mond’ – dat noemde hij een belachelijk taalgebruik – maar ze zeggen: ‘waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over’. Hierin ziet men ook een duidelijk verschil met de Statenbijbel, die een eeuw later van deze passage uit Lucas 6:45 wel de eerstgenoemde vertaling gaf. Luther paste deze methode consequent toe in zijn vertaling. En zo werd zijn bijbelvertaling zeer toegankelijk. |