In de jaren vijftig begon men in te zien dat de Bijbel steeds minder begrepen werd. Ook de NBG-vertaling 1951 was, met name voor mensen met weinig of geen kerkelijke achtergrond erg ontoegankelijk. Dit bracht het Nederlands Bijbelgenootschap ertoe uitgaven te verzorgen in ‘hedendaags Nederlands’ en ‘eenvoudig Nederlands’. Ook individuele vertalers lieten zich niet onbetuigd. Een mooi voorbeeld is de vertaling van de vier evangeliën door Mr. E. Straat, De Goede Boodschap volgens Markus, Matthijs, Lukas en Jan (1968). Internationaal begon men zich in deze periode sterk te bezinnen op de methode van bijbelvertalingen. Verschillende bijbelgenootschappen gingen naast de bestaande vertalingen die met name bedoeld waren voor kerkelijk en liturgisch gebruik, vertalingen vervaardigen voor mensen zonder veel kennis van de Bijbel.
|
Nieuwe vertalingen vanaf de jaren zestig
|
|