De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is een vertaling in natuurlijk, hedendaags Nederlands. Toch komen er woorden in voor die exotisch klinken, zoals bijvoorbeeld ‘cohort’ en ‘satraap’. Andere voorbeelden zijn: centurio en prefect, eunuch, tunica en wadi. De reden voor het gebruik van deze leenwoorden uit andere culturen is dat het vertalen van de Bijbel niet alleen te maken heeft met verschillende talen, maar ook met verschillende culturen. De Bijbel is immers lang geleden geschreven in een ander deel van de wereld. Voor de NBV is afgesproken dat de historische en culturele achtergrond van de brontekst in de vertaling herkenbaar moet blijven. Daarom is er geen Nederlandse term gekozen voor de functie van een satraap. Als je een Nederlandse term zoekt, kom je al snel bij een begrip uit onze cultuur of onze vaderlandse geschiedenis. In de NBG-vertaling 1951 wordt Pilatus bijvoorbeeld ‘stadhouder’ genoemd. Een voorwaarde voor het gebruik van vreemde termen is echter wel dat de woorden verklaard worden in een woordenlijst. Achter in de NBV is die woordenlijst te vinden met daarin onder andere een verklaring van ‘satraap’.
|
Vreemde woorden
|
|