Het boek Prediker behoort tot de zogeheten wijsheidsliteratuur, net als de boeken Job en Spreuken. Deze literatuur is waarschijnlijk ontstaan in de kringen van professionele schrijvers die in dienst waren van paleizen en tempels. Het doel ervan is de lezer of toehoorder kennis, praktische levenswijsheid en moreel besef bij te brengen op allerlei gebied. Belangrijke thema’s in het boek Prediker zijn de grote afstand tussen de mens en God, de ontoereikendheid van menselijke kennis, de vergeefsheid van ervaring en de onbereikbaarheid en ondoorgrondelijkheid van de goddelijke wijsheid. Het boek wekt de indruk van een nabeschouwing door een wijze die het dagelijks leven en de gang van zaken in de wereld goed heeft gevolgd en die tot de conclusie komt dat alles ‘lucht en leegte’ is. Een belangrijk motief in het boek is de kringloop van de tijd en de natuur. Ook de vorm van de tekst is cyclisch: de woorden van 1:2 keren aan het eind van het boek, in 12:8, terug. Prediker is inhoudelijk en stilistisch interessant. Het boek bevat drie poëtische passages: ‘Lucht en leegte’ (1:2-12), ‘Alles heeft zijn tijd’ (3:1-8) en ‘Gedenk je schepper in je jeugd’ (12:2-8). Maar ook het proza heeft poëtische kenmerken zoals ritme, parallellisme en beeldspraak. Het ritme in de praktische raadgevingen is vrij snel, de beschouwende gedeelten hebben een rustiger cadans die past bij de cyclische thematiek.