Het boek Jeremia is te karakteriseren als een profetische tekst die behalve profetische uitspraken ook verhalen over het optreden van de profeet bevat. Het centrale thema van het boek is dat de schuld voor de catastrofe die de Israëlieten treft bij het volk en zijn leiders ligt, en niet bij God. Net als in andere profetische boeken zijn de oproep tot inkeer en afzweren van sociaal onrecht daarbij belangrijke motieven, evenals het geloof in een nieuwe toekomst en een nieuw verbond van God met zijn volk. Jeremia hekelt ook het vertrouwen in de tempel en in de eredienst alsof die zonder meer garantie zouden bieden voor Gods hulp.
Uit het boek blijkt duidelijk hoezeer Jeremia, afkomstig uit een familie van priesters, de godsdienstige en politieke ontwikkelingen van zijn tijd heeft gevolgd. Hij neemt het op tegen de gevestigde orde, maar vindt zelden gehoor bij de koningen van Juda. Zijn inschatting van de politieke machtsverhoudingen brengt hem uiteindelijk in de gevangenis. Wanneer na de verovering van Jeruzalem een groep Judeeërs naar Egypte vlucht, wordt Jeremia tegen zijn wil meegevoerd. Men neemt aan dat hij daar is overleden.
Het boek Jeremia bevat verschillende soorten teksten (profetieën, verhalen, klaagliederen, toespraken), die steeds gekenmerkt worden door een zeer persoonlijke stijl en een beeldend taalgebruik. Opvallend zijn de symbolische handelingen die Jeremia door God opgedragen krijgt, zoals het verbergen van een linnen gordel, het kapotslaan van een kruik, het op de nek nemen van een juk en het kopen van een akker.