Het gebed van Manasse

Het gebed van Manasse is een kort gebed dat wordt toegeschreven aan Manasse, koning van Juda in de zevende eeuw v.Chr. (zie 2 Koningen 21; 2 Kronieken 33). Manasse wordt daar beschreven als afgodendienaar, maar volgens Kronieken bekeert hij zich nadat hij een afstraffing heeft gehad van de Assyriërs. Hij bidt tot God, en wordt verhoord. In Kronieken wordt het gebed zelf niet vermeld. Een latere auteur heeft dat feit aangegrepen om alsnog een gebed te schrijven waarin de spreker zijn ellende aan eigen falen toeschrijft, schuld bekent en om vergeving vraagt. Dit gebed is dus zeker niet terug te voeren op koning Manasse zelf. Het boek is waarschijnlijk oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Wanneer het geschreven is, is niet bekend. Het boek wordt gekenmerkt door een vlotte stijl en een rijke woordenschat.