Proza en poëzie in de deuterocanonieke boeken
Bij de vraag ‘proza of poëzie?’ treffen we in de deuterocanonieke boeken een beeld aan dat vergelijkbaar is met dat van de canonieke boeken. Een aantal boeken is als prozaboek aan te merken, hoewel er poëtische stukken in opgenomen kunnen zijn (een lied, een gebed). Dit geldt voor de boeken Tobit, Judit, Ester (Grieks), 1 en 2 Makkabeeën, de Brief van Jeremia, en de Toevoegingen aan Daniël, fragment B (over Susanna) en C (over Daniël). Enkele andere boeken zijn poëtisch van aard: Wijsheid van Jezus Sirach (behalve het Woord vooraf) en het Gebed van Manasse. Weer andere bestaan uit een combinatie van proza en poëzie: Baruch en Toevoegingen aan Daniël, fragment A. De vraag ‘proza of poëzie?’ is het lastigst te beantwoorden voor het boek Wijsheid. In De Nieuwe Bijbelvertaling wordt dit boek in zijn geheel als proza weergegeven. De vertalers hebben de poëtische kenmerken van het boek opgevat als ‘kunstproza’, dat een retorische functie heeft en niet een poëtische. Daarentegen is het boek Wijsheid in de vertaling van de Groot Nieuws Bijbel in zijn geheel als poëtisch boek opgevat. Proza of poëzie? Oordeelt u zelf!