Proza of poëzie?
Met ‘proza’ bedoelen we verhalende, vertellende of beschrijvende tekst, met ‘poëzie’ bedoelen we dichterlijke, lyrische tekst. De meeste boeken van het Oude Testament kunnen worden getypeerd als grotendeels bestaande uit ofwel proza ofwel poëzie. De boeken in proza omvatten de vijf boeken van de Tora en verder Rechters, Ruth, 1 en 2 Samuel, 1 en 2 Koningen, 1 en 2 Kronieken, Ezra, Nehemia, Ester en Daniël. De boeken met poëzie zijn de volgende: Psalmen, Spreuken, Hooglied, Klaagliederen en Job. Maar het onderscheid is niet waterdicht. In een aantal proza-boeken treffen we geregeld poëtische fragmenten aan en in enkele poëtische boeken komen stukjes in proza voor: zie Voorbeelden van poëzie in prozaboeken» en Voorbeelden van proza in poëtische boeken».
Zie verder:
In de prozaboeken treffen we geregeld stukjes poëzie aan. Een paar voorbeelden worden hier genoemd:
- Het lied van Mozes in Exodus 15
- Het lied van Debora in Rechters 5
- De lijkzang van David in 2 Samuel 1:19-27
- Het danklied van Daniël in Daniël 2:20-23
Proza in de poëtische boeken komt veel minder vaak voor dan stukjes poëzie in de prozaboeken. De volgende voorbeelden kunnen gegeven worden:
- De raamvertelling van het boek Job: Job 1-2 en 42:7-17
- Opschriften van psalmen: bijvoorbeeld Psalm 18:1; 34:1; 51:1; 60:1-2
- De inleiding op Spreuken: Spreuken 1:1-7