Profetenboeken
Met de term ‘profetenboeken’ worden de volgende boeken aangeduid. Allereerst Jesaja, Jeremia en Ezechiël. Deze boeken staan bekend als de drie grote profeten, omdat deze boeken veel omvangrijker zijn dan de overige profetenboeken. Naast de drie grote profeten zijn er de twaalf kleine profeten. Dit zijn Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia en Maleachi. Omdat deze zogenaamde kleine profeten vaak op één boekrol stonden, worden ze soms beschouwd als één boek: het Twaalfprofetenboek. Van oudsher bestaat de opvatting dat de profetenboeken geschreven zijn door de profeet naar wie ze zijn genoemd. Het boek Jesaja zou zijn geschreven door de profeet Jesaja, het boek Jeremia door de profeet Jeremia, enzovoorts. Deze opvatting is in de moderne tijd steeds meer ter discussie gesteld. Zie daarvoor: De traditionele auteurs en Onzekerheid.
Het boek Daniël» neemt in de rij van profetenboeken een aparte positie in.
Het boek Daniël neemt binnen de profetenboeken een aparte positie in. In de christelijke Bijbel hoort Daniël bij de profetenboeken. In de Hebreeuwse Bijbel echter hoort Daniël niet bij de Neviiem (de ‘profeten’) maar bij de Ketoeviem (de ‘geschriften’). Het boek Daniël is volgens veel bijbelonderzoekers geschreven in de tweede eeuw v.Chr. Dat is een stuk later dan de andere profetenboeken. Het zou kunnen dat Daniël in de Hebreeuwse Bijbel niet tot de profetenboeken gerekend wordt, omdat op het moment dat Daniël geschreven werd de omvang van de reeks profetenboeken al vaststond (Jesaja, Jeremia, Ezechiël en het Twaalfprofetenboek). Maar er kunnen ook andere redenen geweest zijn om Daniël niet tot de profetenboeken te rekenen. In Daniël 9 lezen we bijvoorbeeld hoe Daniël een profetie uit het boek Jeremia leest en uitlegt. Op die manier bouwt het boek Daniël eigenlijk verder op de profetenboeken. Zie verder onder: Apocalyptiek.