Deuteronomistisch geschiedwerk
De benaming deuteronomistisch geschiedwerk duidt op de boeken Jozua, Rechters, 1 en 2 Samuel en 1 en 2 Koningen. Met deze term werd aangegeven dat deze zes boeken een doorlopend geschiedverhaal vertellen dat als eenheid bedoeld is. Deze zes boeken vertellen de geschiedenis van Israël, vanaf de intocht in het beloofde land (Jozua) tot aan de Babylonische ballingschap (2 Koningen). Behalve verhalen geven de auteurs van deze boeken ook hun oordeel over de gebeurtenissen. Bij hun oordeel lijken de auteurs zich te laten leiden door voorschriften uit Deuteronomium: het verbod op de verering van vreemde goden, de eis om God op één plaats te vereren, en de eis dat Israël zich afzijdig moet houden van andere volkeren. Vanwege deze overeenkomst met de voorschriften uit Deuteronomium, noemden bijbelwetenschappers de boeken Jozua tot en met 2 Koningen het deuteronomistisch geschiedwerk. Tegenwoordig leggen onderzoekers veel meer nadruk op de bijzondere aspecten van elk van de afzonderlijke boeken, Jozua, Rechters, (1 en 2) Samuel en (1 en 2) Koningen. Ook is gebleken dat de link met de voorschriften van Deuteronomium lang niet in alle gevallen even duidelijk is. De voorstelling van een overkoepelend deuteronomistisch geschiedwerk moet worden losgelaten. Weliswaar bieden de boeken een doorlopend geschiedverhaal, maar dat begint al in Genesis! Bovendien hebben de boeken elk hun eigen kenmerken. Het is niet één werk.