Ballingschap en terugkeer
De periode van de Babylonische ballingschap wordt niet uitgebreid beschreven in de Bijbel. Er zijn verwijzingen naar deze periode in de boeken 2 Kronieken, Ezra, Nehemia, Jesaja, Jeremia en met name Ezechiël. Bovendien vinden we in het boek Daniël enkele verhalen die de situatie van de Babylonische ballingschap als decor hebben. Na circa vijftig jaar worden de Babyloniërs verslagen door de Perzen. Tijdens de regering van de Perzische koning Cyrus (‘Kores’ in sommige bijbelvertalingen) krijgen de Judeeërs de gelegenheid om terug te keren uit de ballingschap. De terugkeer wordt beschreven in het boek Ezra.
De teruggekeerde Judeeërs vestigen zich in Jeruzalem. Zij bouwen een nieuwe tempel. De profeten Haggai en Zacharia stimuleren de herbouw van de tempel (zie het boek Haggai). Onder leiding van Nehemia worden in een latere periode ook de muren van Jeruzalem weer opgebouwd. Dit is beschreven in het boek Nehemia. Het beeld van het Oude Testament loopt uit op de beschrijving van een Judese gemeenschap van teruggekeerde Judeeërs, in en rond Jeruzalem. Zij worden geleid door een hogepriester en een gouverneur. De basis van deze gemeenschap is de wet van Mozes (zie Ezra en Nehemia). Hiermee eindigt het beeld van de geschiedenis in het Oude Testament.