Van rechters tot koning
Israël heeft zijn intrek genomen in het land Kanaän. Maar een centraal gezag ontbreekt. Als Jozua is overleden, breekt er een roerige periode aan. Telkens vervalt het volk in zonde. God straft het volk dan met aanvallen van vijanden. Vervolgens roept het volk tot God om hulp en stuurt God een redder. Het boek Rechters vertelt over verschillende aanvallen op Israël na de dood van Jozua. In deze noodsituaties zorgt God voor redders, die de vijand verslaan. De bekendste zijn Debora, Gideon en Simson. Zij worden ‘rechters’ genoemd, omdat ze het volk leiden. Over deze leiders gaat het boek Rechters.
De rechtertijd gaat over in de koningentijd. De persoon die deze twee tijdperken verbindt is de profeet Samuel. Hij is de laatste rechter van het volk. Maar hij is ook degene die namens God de eerste koning over Israël aanstelt. Dit is te lezen in het boek 1 Samuel. De eerste koning is Saul. Eerst heeft Saul succes in de strijd tegen de Filistijnen. Maar zijn koningschap draait uit op een mislukking. Saul is ongehoorzaam aan God en God wijst hem af.