Verbreiding van het evangelie
Jezus’ volgelingen komen na zijn opstanding in Jeruzalem samen. In Handelingen 2:1-13 vertelt Lucas hoe zij op het pinksterfeest de heilige Geest krijgen, waardoor zij in staat zijn om het goede nieuws te verbreiden. De gemeente groeit snel. Ze leeft in nauwe onderlinge verbondenheid: de mannen en vrouwen komen regelmatig samen voor gebed en voor de gemeenschappelijke maaltijden. De gemeente draagt bovendien op bijzondere wijze zorg voor armen, weduwen en wezen. Handelingen vertelt ook van pogingen van de joodse autoriteiten om de verbreiding van de nieuwe leer een halt toe te roepen. Een groot deel van de christenen moet uit Jeruzalem vluchten; dat leidt echter tot een nog wijdere verbreiding van het geloof in Christus.