Bijbelwetenschap in de moderne tijd
In de achttiende en negentiende eeuw kwam men tot nieuwe opvattingen ten aanzien van de bestudering van de Bijbel. De visie ontstond dat bijbelse teksten op dezelfde wijze moesten worden uitgelegd als waarop alle andere teksten werden uitgelegd. De bijzondere waarde die aan de Bijbel werd toegekend betekende niet dat de teksten van de Bijbel volgens een eigen methode konden worden uitgelegd. Men meende dat de algemene methoden van tekstuitleg» ook op de Bijbel van toepassing waren. Daarbij ontstond er een toenemende belangstelling voor de historische interpretatie van oude teksten en daarmee ook van de Bijbel.
In de negentiende eeuw formuleerde men het principe dat de bijbelse geschriften moeten worden uitgelegd op een manier die overeenkomt met de manier waarop andere teksten – klassieke teksten, historische teksten, juridische teksten, etc. – worden uitgelegd. Het doel van alle tekstinterpretatie werd gedefinieerd als het reconstruerend begrijpen van wat de auteur wilde zeggen. Op deze manier werd de interpretatie van de Bijbel nader ingevuld als historische interpretatie. Men meende dat de boeken van de Bijbel geworteld zijn in de geschiedenis en als zodanig gelezen en begrepen moeten worden.