Tanach
De joodse naam voor het Oude Testament luidt Tanach. Dit woord is gevormd met de beginletters van de drie bundels waaruit het Oude Testament in de joodse traditie bestaat: Tora (‘wet’), Neviiem (‘profeten’) en Ketoeviem (‘geschriften’). De Tora staat ook bekend als de Pentateuch en bevat vijf boeken: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Tot de Neviiem (‘profeten’) behoren de boeken Jozua, Rechters, 1 en 2 Samuel, 1 en 2 Koningen, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de twaalf kleine profeten. Tot de Ketoeviem (‘geschriften’) behoren de boeken Psalmen, Job, Spreuken, Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen, Ester, Daniël, Ezra, Nehemia en 1 en 2 Kronieken. Deze boeken vormen met elkaar de Hebreeuwse Bijbel. Zie verder: Volgorde van de boeken».
In de Hebreeuwse Bijbel hebben de boeken een andere volgorde dan in de christelijke Bijbel. De indeling in de Hebreeuwse Bijbel is als volgt. Ook deze Bijbel begint met de boeken Genesis tot en met Deuteronomium, die samen de Tora vormen. Daarna volgen de ‘profeten’ (Neviiem) en tenslotte de ‘geschriften’ (Ketoeviem). Tot ‘de profeten’ behoren ook enkele boeken die in de christelijke traditie bij de historische boeken zijn gerangschikt.
In de christelijke traditie is de volgorde van de oudtestamentische boeken in de Bijbel afgeleid van die van de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta. Die rangschikking is meer logisch van aard: eerst de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes), dan de historische boeken, de poëtische boeken en tenslotte de profetenboeken. Zie ook: Overzicht van de verschillende canons van het Oude Testament.