Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament is een verzameling van 27 boeken die zijn vervaardigd door en voor de eerste generaties christenen, de volgelingen van Jezus Christus, in de eerste eeuw van onze jaartelling. Het Nieuwe Testament gaat over Jezus, over de betekenis van zijn optreden, én over de vroegchristelijke kerk, waartoe zijn volgelingen behoren. De aanduiding ‘Nieuwe Testament’ is afkomstig uit de vroege christelijke kerk. In de vroegchristelijke traditie werd de term het nieuwe verbond» gebruikt om de nieuwe situatie aan te duiden die was ontstaan door de opkomst van de christelijke beweging.
In de vroegchristelijke traditie werd de term ‘nieuw verbond’ gebruikt om de nieuwe situatie – het ontstaan van de christelijke beweging – aan te duiden. De aanduiding ‘nieuw verbond’ is ontleend aan Jeremia 31:31. Daar staat: ‘De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit’. De vroegchristelijke kerk zag zichzelf als de vervulling van deze belofte (zie Hebreeën 8:8, 8:13; 9:15; 12:24). Het Latijnse woord voor verbond is testamentum. Vanaf het eind van de tweede eeuw n.Chr. werd de aanduiding ‘het nieuwe verbond’ (novum testamentum) toegepast op een selectie van vroegchristelijke geschriften. Deze selectie geschriften kwam bekend te staan als Novum Testamentum, het Nieuwe Testament.
Literatuur
Voor de achtergrond van de benamingen “Oude Testament” en “Nieuwe Testament”, zie Rieuwerd Buitenwerf en Henk Jan de Jonge, ‘De titels “Oude Testament” en “Nieuwe Testament”,’ in: Met Andere Woorden 2003 (22. 4), p. 3-11.