Het evangelie van Judas
Het evangelie van Judas is in 2006 veel in het nieuws geweest. Het betreft een Koptisch manuscript uit de vierde eeuw n.Chr. Maar dit geschrift zou oudere wortels kunnen hebben. De kerkvader Irenaeus, die leefde in de tweede eeuw n.Chr., schrijft over een groep christenen – ketters, in de ogen van Irenaeus – die geloven dat ‘Judas de verrader’ de ware discipel van Jezus was. Deze christenen hadden, volgens Irenaeus, een eigen boek geschreven dat ze ‘het evangelie van Judas’ noemden. De meeste geleerden nu menen dat het Koptische manuscript dat onlangs is gevonden, de vertaling is van het Griekse boek dat door Irenaeus genoemd wordt. Het zou dan de tekst zijn van een apocrief evangelie uit de tweede eeuw n.Chr. Dat is mogelijk, maar niet zeker. Net als het evangelie van Thomas, kan men ook het evangelie van Judas rekenen tot de gnostiek. In het evangelie van Judas wordt Judas Iskariot gepresenteerd als de ware discipel». Zie ook: Fragment uit het evangelie van Judas».
In het evangelie van Judas is Judas Iskariot de enige ware discipel van Jezus. De andere discipelen begrijpen niets van wat Jezus hun onderwijst. Judas wordt door Jezus apart genomen en ingewijd in de geheimenissen van het koninkrijk. Jezus voorzegt dat Judas vervloekt zal worden, maar dat hij later heersen zal. Judas zal iets geweldigs doen: hij zal Jezus bevrijden uit zijn aardse, stoffelijke toestand, zodat de ‘ware Jezus’ openbaar wordt. Judas levert Jezus over een de hogepriesters, en verricht zo een grootse daad. Volgens het evangelie van Judas is Judas de ware discipel, omdat hij Jezus’ geest heeft bevrijd uit zijn aardse lichaam. Dit is een voorstelling uit de gnostiek: het lichaam is minderwaardig, de geest is superieur. Dit evangelie biedt geen informatie over de historische Jezus, die leefde in de eerste decennia van de eerste eeuw. Maar het geeft een nieuwe visie op ‘de verrader Judas’, die nu, dankzij gnostische denkbeelden die in de mode waren gekomen, als held wordt getypeerd.
“Het geheime verslag van de openbaring die Jezus vertelde aan Judas Iskariot, drie dagen voor hij Pasen vierde. Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte Hij tekenen en grote wonderen ten behoeve van de redding van de mensheid. Terwijl sommigen de weg van gerechtigheid bewandelden en anderen de weg van overtredingen, werden twaalf discipelen geroepen.”
…. “(Jezus zegt tegen zijn discipelen) ‘Waarom hebben jullie je tot woede laten uitlokken? Laat ieder die sterk genoeg is opstaan en mij de ware, geestelijke mens van binnen tonen’. Ze antwoordden: ‘Wij zijn sterk genoeg.’ Maar hun geest durfde niet voor hem op te staan. Behalve Judas Iskariot. Judas zei: ‘Ik weet wie je bent en waar je vandaan komt. Ik ben het niet waard om de naam uit te spreken van wie jou gezonden heeft.’”
Bronvermelding:
Riewerd Buitenwerf, ‘De historische waarde van het Judasevangelie’, in: Theologisch debat 3.2 (2006), 30-33